Bruuuuuuce!!!!

Vanwege iets waar ik tot 27 september niet veel over mag zeggen behalve dan dat het erg leuk is om te doen en te lezen ben ik weer erg diep in Bruce Springsteen gedoken. Je denkt als fan altijd dat je alles weet maar soms weet je het helemaal nog niet en soms ben je het vergeten. Bijvoorbeeld hoe goed sommige van Springsteen’s outtakes zijn EN WAT EEN SCHANDE HET IS dat ze NIET zijn HERUITGEBRACHT tijdens de hausse aan boxen die onze baas de laatste jaren over ons heeft uitgestort. Neem nou deze twee die op respectievelijk Born To Run en The River hadden kunnen staan. En als ze daar niet op pasten waarom dan niet op Tracks? We weten dat de baasman een slechte hand van kiezen heeft, maar dat mag. Als je ze dan later maar laat uitbrengen. Dus:
Bruuuuuce! Please release these songs! Let them go into the world to make it a better place.

 

Einde van de Wereld

Ik was op weg naar het einde van de wereld. Nee, niet dàt einde van de wereld; hèt Einde van de Wereld, een alternatief restaurant dat is voortgekomen uit de kraakbeweging. Oorspronkelijk zat het in een gebouw op de Sumatrakade, waar krakers die in 1984 uit het legendarische Wyers-complex werden verjaagd heen waren getrokken. Later werd het restaurant in een schip gevestigd – de Quo Vadis – dat tegenwoordig aan de Javakade ligt.

schip voorkant avond

Mijn krakersjaren – ik was aanwezig bij die Wyers-ontruiming – liggen ver achter me, dus ik was lang niet in het Einde van de Wereld geweest. Maar nu zou ik er optreden. Ik was uitgenodigd door Cathelijne, de organisatrice van de maandelijkse Poetry Musica-avonden, waarop dichters en zangers van allerlei snit, niveau en gezindte mogen aanschuiven, mee-eten en optreden. Ik wankelde over de loopplank naar de ingang. Via een klein deurtje en een nauw scheepstrappetje kwam ik in de ‘zaal’: een langwerpig hol, badend in schemerlicht, waar de tijd sinds 1984 leek te hebben stilgestaan. Ik stond in een ouderwetse krakersociëteit: lange tafels met harde houten banken, tweedehands meubilair, een podium, een bar en een keuken, waar men ‘puree van pastinaak met pompoen’ kon bestellen. Gelukkig had ik al gegeten.
Aan de muur hing goedbedoelde amateurkunst, onder andere een portret van een lachende poes waaronder stond ‘Never forget to smile’. Jaja.
Ik ontwaarde de onvermijdelijke straathond met halsdoek, stadsindiaan Eddy Marsman en natuurlijk de onverslijtbare hippiedichter Hans Plomp, vrolijk als altijd. Het overige publiek – een man of dertig in totaal – varieerde van cultuursnob tot menselijk wrakhout en alle varianten van het mensdom ertussen in.
Ik maakte kennis met mijn collega’s. Dichter Fred de Vries was er, dichteressen Marianne Vreugdenhil en Julia Ter Veld. En een oude vriendelijke knorrepot in wie ik opeens Henk van der Horst (Farce Majeur!) herkende. Ook was er een jong gastje genaamd Sherwin, die als rapper scheen te opereren onder de naam RV_Raza.
Ik had geen al te hoge dunk van deze collega-artiesten maar probeerde mijn opborrelende arrogantie uit alle macht in toom te houden.
Sherwin mocht aftrappen. Dat deed hij met liefdevol enthousiasme. Hij stuntelde een beetje, rijmde kreupel, zocht en vocht naar de flow, maar hij stònd er wel. 
‘Gooi je handen in de lucht als je liefde hebt gekend!’ riep hij naar dertig man en een paardenkop. Onwillekeurig – kwam het door de kraakomgeving? – dacht ik terug aan het mooie meisje waarmee ik de ontruiming van de Wyers had meegemaakt, een vrolijke bipolaire spring in ‘t veld genaamd C.
Ik flitste terug naar die nacht voorafgaand aan de ontruiming. Hoe ik samen met C. en honderden anderen danste en zoop tot het ochtendgloren. Dan zou de ME komen. Dan was dat het einde van de Wyers, en misschien wel van de wereld. Onze wereld op dat moment in ieder geval. Maar het was geen einde, we liepen tussen hagen van ME en politie te paard rustig naar buiten, relden nog wat na, en rolden eind van de middag uitgeput in bed.

Het echte einde kwam een paar maanden later, toen C. schijnbaar out of the blue een einde aan haar leven maakte.  Dat was pas een einde van de wereld voor mij. Jarenlang.
Sherwin wuifde nog steeds met zijn armen. ‘Gooi je handen in de lucht als je liefde hebt gekend!’
Ik keek om me heen. Eén voor één gingen de handen in de zaal omhoog. Verdomd, iedereen had liefde gekend. We waren allemaal mensen en we zaten allemaal in hetzelfde schuitje. En uiteindelijk ging – na een lange, van dom cynisme en misplaatste arrogantie doordrenkte denkpauze – ook mijn hand omhoog.

Deze column werd eerder gepubliceerd in Buurtkrant Dwars.

Solliciteren kun je leren

In mijn niets ontziende zoektocht naar een ‘echte’ baan ga ik soms erg ver. In mijn map ‘sollicitaties’ vond ik deze van een jaar of twee geleden, die ik jullie niet wil onthouden. Sommige namen heb ik weg gelakt vanwege een soort van privacy. Let op het is een brief uit 2014.  En nee, de cartoon zat er niet bij ingesloten.

solliciteren

Aan: XXXX
Personeel & Organisatie
Postbus XXX
xxxx XX Hilversum
Betreft: xx/xx, Redacteur Algemeen XXXX

 

Geachte mevrouw XXXX,

Met deze brief solliciteer ik graag naar de functie algemeen redacteur voor het tv-programma XXXX. Als voormalig presentator/programma-maker bij de XXXX…bla bla…bla…
in plaats van dit voorspelbare gereutel heb ik hier zeven ideeën voor XXXX dit najaar opgeschreven in de hoeveelheid tijd die het mij kostte ze te typen. Doe er uw voordeel mee.

  1. In oktober gaat J.Kessels, de nieuwe speelfilm van Erik De Boer in première. De schelmenroman van P.F. Thomese is volvet verfilmd door Erik De Jong (Wilde Mossels). Aan tafel de jonge Vlaamse debutante Romi Van Renterghem. Schrijver P.F. Thomese komt kijken aan of zij aan zijn seksuele jeugd dromen voldoet. Verder aan tafel de hoofdrolspelers Fedja Huet, natuurlijk de regisseur en Frank Lammers.
    J. Kessels schittert door afwezigheid -of is DWDD er in geslaagd de cameraschuwe Brabander uit zijn tent te lokken? Verder natuurlijk aan tafel Halina Reijn.
  2. In september verschijnt de eerste Nederlandse aflevering van het tijdschrift Vogue Homme. Huh? Wie gaan dat lezen behalve homo’s? Of is er in het a-modische Nederland echt behoefte aan (nog) een mannenmodeblad? Aan tafel prominente ontwerpers Victor & Rolf, stijliconen Benjamin Herman en/of Jett Rebel, hoofdredacteur van Esquire Arno Kantelberg en verder natuurlijk aan tafel Ad Visser.
  3. In oktober is het veertig jaar geleden dat Nighthawks At The Diner verscheen, legendarisch maar ook vaak verguisd live-album van Tom Waits. Videofragmenten van de old school Waits (zeer fraai), rondetafelgesprek over beste live albums allertijden met hoofdredacteur van Jazzism Paul Evers, rockschrijvers Rob Van Scheers, Marc Stakenburg, Peter Van Bruggen en natuurlijk aan tafel Jan Donkers.
  4. Zeilen is uit. Standup paddling is in. O mijn god, weer een nieuwe sport. Moeten we dit serieus nemen, nee toch? Een gesprek met een stand-up paddler, en voormalig zeilkampioene Lobke Berkhout, windsurfer Dorian Van Rijsselberghe (Olympische Spelen 2016 deelnemer) en wildwaterkanovaarder Floris Braat (eerste en enige Nederlandse wereldbekerwinnaar ooit!) en verder natuurlijk aan tafel Erben Wennemars.
  5. Na Bill Cosby, Dominique Strauss Kahn en Roman Polanski moeten nu ook de Nederlandse hoge heren er aan geloven. Amsterdamse theaterdocenten zijn in opspraak over vermeend seksueel machtsmisbruik. Aan tafel docent Ruurd Weissmann die zich verdedigt tegen de beschuldigingen, minimaal 1 misbruikte oud-leerlinge en 2 huidige leerlingen van theaterschool die zeggen dat er helemaal niks aan de handa is en verder natuurlijk sexpert Goedele Liekens aan tafel.
  6. In het najaar verschijnt de nieuwe roman van Daan Heerma Van Voss: De Laatste Oorlog. De schrijver zelf schittert door afwezigheid maar aan tafel wordt zijn werk en zijn onstuitbare opmars in de Nederlandse literatuur gefileerd en geanalyseerd door Arjan Peters (VK), oud criticus Carel Peeters (VN) en een jaloerse Nederlandse schrijver die vindt dat hij/zij in de aandacht had moeten staan (A.H.J. Dautzenberg?) en verder natuurlijk Herman Pleij aan tafel.
  7. Live muziek van Maison Du Malheur (nieuw album in het najaar).

Dus: laten we een keer praten, en als ik daar te oud / ervaren / dwars voor ben, doe dan eventueel jullie voordeel met mijn suggesties,
Vriendelijke groeten,
Jaap Boots

 Mmm. Toch gek dat ik die baan niet gekregen heb.

 

 

 

Bill Goodwin & No Selfie To Prove It

 

webster

Het was ook een mooie muziekweek. Om te beginnen omdat hier al de hele week de door het Nederlands Jazz Archief uitgebrachte prachtplaat Johnny Come Lately op de stereo staat. Deze cd bevat een historisch verslag in audio van een legendarisch concert uit 1973 in Groningen waar Ben Webster onverwacht bezoek kreeg van lichtelijk beschonken Piet Noordijk, waarna de jazzavond een iets andere draai kreeg omdat Webster (op dat moment van zijn leven toch een beetje in de ‘zazazahh’ -fase van het toeteren beland) ineens ook een paar versnellingen groter moest trappen -om in wielrentermen te belanden. Noordijk loopt te klieren en te schmieren dat het aard heeft, en je hoort waarom jazz live zulke mooie muziek kan zijn -het gebeurt echt op dat moment, en als je mazzel hebt, loopt er een recorder mee. Schitterende plaat, check die shit.

En daarbij bleef het niet: gisteren mocht ik in het Bimhuis de live-streaming van Bimhuisradio  verzorgen voor een optreden van de behoorlijk goede New Yorkse cornettist Kirk Knuffke en zijn trio. Niet alleen was het een mooi optreden, waarbij Knuffke ook gedichten van Carl Sandburg zong en speelde (!), ook waren Kirk en zijn bassist Mark Helias plus drummer Bill Goodwin geweldig aardige mannen, die vol zaten met een goed humeur, rode wijn en mooie verhalen. Het was een eer om met ze te mogen spreken. Kirk was de beminnelijkheid zelve, en Mark Helias zat vol sterke grappen en killer-basslijnen, maar voor mij was het ontmoeten van drummer Bill Goodwin het grootste wonder.

mc-bill-goodwin1-jpg-20160218 74 jaar oud inmiddels is Goodwin inmiddels en deze doorgewinterde jazzcat is nog niks van zijn souplesse kwijt. Avontuurlijk, improviserend, en straight-ahead als het moet. En swingen! Dit was de man die mij aan de jazz heeft gekregen, want in mijn jeugd was de enige ‘jazzplaat’ in mijn verzameling de live-dubbelaar Nighthawks At The Diner van Tom Waits, waarop deze man (heerlijk) drums speelt. Daar moest ik als Waits-fan natuurlijk het mijne van weten.

Bill vertelde na afloop van het optreden honderduit. Die heeft dus gespeeld met iedereen hè: Art Pepper (“he lived across from my house in Palm Springs”), Steely Dan, Mose Alison, Bud Shank, George Shearing, John Scofield en ook en vooral heel veel met Phil Woods. Daarnaast ook nog producer van tientallen jazzplaten. Fijne man, die Bill, moest ik al snel concluderen.
Toen ik na afloop van deze mooie avond naar huis fietste sloeg ik mezelf  voor mijn kop: geen selfie gemaakt! Argh! Nu moeten jullie het met mijn woord van eer doen. En met een video van het te gekke Kirk Knuffke trio. Met de legendarische Bill Goodwin dus op drums en de ook niet misse Mark Helias op bas. Verse video van deze tour.  Enjoy.

 

 

 

Reality (not the David Bowie album)

A short piece in English this time: it started  when I saw this new 3 dimensional virtual reality painter tool at work on  YouTube- it then became a rant of mine in the comment sections, but later I thought: “Well no one is gonna read that, or just say silly things in response, you might as well hurl it into blogpace and see if you hit a thinking comet”.
Excuse any mistakes/ faults in English, feel free to comment.

Here’s the video.

(Sigh)

It’s fantastic. Mindblowing. And it’s depressing at the same time.
Yes, it’s a great invention for designers, painters and maybe even surgeons and doctors.

But there’s a but. My but.

I guess within my lifespan (if I’ve got another couple of years ..well; Google probably knows this already -data analysis, you know)… anyway, within a couple of years almost everything in the western world, -at least all the things we cherish- will be VIRTUAL if they aren’t already: Art, Love, Friendship, Dogs, Food, Death, Parents, Live-music, Popstars, Soccer, God (o no, He is/was virtual already) and Nietzsche (alive before you’re very eyes in 3 D soon).
And all the rest: cars, driving, bikes, money (virtual already), holidays, bungy jumps, drugs… in ten years time you can all ‘experience’ it all with a pair of goggles on. Probably without, if science gets its hands on the right brainbutton.

It will get extremely difficult to get any ‘real’ experience -people won’t have to. That walk on the beach? Just a silly waste of time, really -and you have to bring a sweater, how annoying. Choose the beach you want lie on, pick a sunset, set temp., order your virtual cuba libre, don’t forget your virtual lover and paradise is within reach. Even pain may become virtual. And heartbreak, disease and loneliness.

photo-manipulation-wallpaper-beach-design-world-sky-virtual-nature-landscape-nomal-art-109190

There will be a few old Realo’s as I’d like to call them; Real-reality-guerilla fighters, left in the hills, living in caves and treehuts, cooking real food and having real sex sometimes, trying to get the message across that another form of reality does, in fact, still exist. Outside!

But no one will hear them or get their message. Untill the Realo’s break and enter the homes of the virtuals, rip off the goggles and show them what’s happening outside and …on the other side of the world in those silly poor areas: where work, love, pain, death, art and yes- that walk on the beach, are still real. Still actually mean something.

The virtual-fans will conclude reality is ‘boring’ and go back inside. The complete ‘gamification/gamifixation’ of the western world is just around the corner, if you ask me. It’s Robocop all over again, I saw it in my deja-vu-chrystal ball. Pretty soon robots will be doing the killing in some faraway country while you sit at home having your virtual coffee break watching the virtual news about virtual people. After that: virtual sex with a kangaroo (only allowed in Sweden).

Guy_Debord

That ‘spectacle society’ that good old Guy Debord was talking about and critizing?
It wasn’t far off when he wrote his book The Society of the Spectacle (1967), but this, I’m sure, is the start of the final stage of it , coming into superdeluxe ‘virtual’ reality soon in a living room near you-if you ask me, on a dreary Monday night A.D. 2016.

Now I’ll go and have a  glass of real whiskey and listen to some real music on a real stereo. Maybe even play some music myself. On a wooden guitar. How old fashioned.
Come to think of it: I’m not really here either, this is just a virtual message on a mother$8&^#@ing WordPress-blog.
I’m getting halfway unreal myself already.

High time we went. So sorry. Nono, don’t mind me, you just carry on with that goggle-google painting thing of yours. It’s gonna be a great, you’re gonna have so much fun.

It’s gonna look so…REAL.

 

Van de doden niets dan te geks

princepasfoto

Eén keer. Eén keer heb ik Prince live gezien. En dat was genoeg om te constateren dat hij een van de aller-, aller-, allergrootsten was. Ik hoefde nooit meer een show van hem te zien. Niet alleen omdat ik bang was dat hij de afterparty die hij in 1995 in Paradiso gaf nooit meer zou overtreffen, maar ook omdat ik als ik hem vaker zou zien alle moed om zelf ook maar één noot te zingen of te spelen definitief verloren zou hebben. Zoals die man zong, gitaar speelde, danste en jamde…daar heeft zelfs meneer Boots geen woorden voor. Prince was zoals dat zo mooi heet ‘van een andere planeet’. Nee, echt: ik geloof niet dat hij hier op aarde geboren is.
Eerder is hij is als een soort omgekeerde Major Tom naar onze planeet gezeild. Gitaarspelen, zingen en componeren: hij heeft het allemaal nooit hoeven leren -dat zat in hem. Superheld. Niet normaal. Als je me niet gelooft heb ik hieronder een mooie video voor je. Prince speelt mee voor de Rock N Roll Hall Of Fame met een allstarband waarin onder andere Jeff Lynne, Tom Petty, Steve Winhood (niet de minsten). Ook aanwezig is de zoon van George Harrison, Dhani. Dhani is als een kind zo blij dat hij met Prince op een podium mag staan, kijk maar hoe hij staat te grijnzen naar de coulissen waar Prince wacht op zijn moment.
Tot onze held op het podium verschijnt worden we vergast op een aardige middenklasser uitvoering van het aloude While My Guitar Gently Weeps, maar dan verschijnt (op 3.20 ongeveer) HIJ, in fantastische outfit, met zijn vertrouwde Telecaster. Dhani Harrison plast bijna in zijn broek van geluk. Wat er daarna gebeurt is adembenemend. Prince steelt de show, maar blijft letten op wat zijn collega’s doen en speelt ze (net niet) weg. Op het eind heeft hij nog een tovertrucje in huis waar je alleen maar heel hard om kan lachen. Geniet ervan.
Geniet ervan voordat er allemaal deskundologen komen vertellen dat Prince eigenlijk een gekke seksdrugsgebruiker was met een minderwaardigheidscomplex van hier tot Paisley Park, en een gestoorde veganistische Jehova-getuige bovendien. Als alle Jehova getuigen muziek zouden maken als Prince zou de wereldvrede volgens mij een stuk dichterbij zijn. En zelf ben ik niet gelovig, maar voor De Kleine Prins maak ik graag een uitzondering: God Bless Him.

Polaroids van Joost

700112

1.1986

Joost  woont op een kleine etage in Amsterdam Oost en ik ga hem opzoeken -iets met kopij voor het literaire tijdschriftje waar ik aan meewerk. Joost is ons allemaal mijlenver vooruit. Hij heeft immers al een roman gepubliceerd (De Houdgreep, 1986), en dat is iets waar de meesten van ons alleen maar van kunnen (en de meeste gevallen van zullen blijven) dromen. Dus kijk ik -terwijl hij jonger is- al flink tegen hem op. Er wordt in die dagen ook veel op Joost gemopperd -dat het allemaal gebakken lucht is wat hij schrijft enzo- maar ik zie al snel in dat kinnesinne een sleutelbegrip is in de schone kunsten.
Ik bel aan. Een raam schuift open. Joost kijkt me van boven aan, hij zweeft al boven de stad. Hij heeft het druk! roept hij me toe, met een uitroepteken. Vanuit het geopende raam gooit hij de envelop met gedichten naar beneden.
Het begeleidende briefje laat een mooi hanerig handschrift zien.

2. 1988
Café Schiller, Amsterdam. Voor mijn gevoel is iedereen er elke avond -maar dat zal niet kloppen. Aan de bar zie ik in ieder geval regelmatig: Hans Kloos, Han Schoonhoven, Martin Bril, Dirk van Weelden, Frank Westerman, Ad Fransen, André Klukhuhn, Jan Kostwinder,  K. Michel, Howard Krol c.q. Arthur Lava, Joost Zwagerman en soms -heel soms- Rogi Wieg. We roken allemaal, binnen -dat mag dan nog. Aan het eind van de avond gaat het bier vaak over in sterke drank (de ‘jonge met ijs’ is populair) en soms verplaatsen we onze zuipgesprekken als de Schiller dichtgaat naar nachtcafé De Favoriet een paar honderd meter verderop.
Vrouwen zijn bijzaak. Alleen maar jonge ambitieuze mannen vol storm en drang, manifesten en ego.
Ik sta met Joost te praten. We hebben echt een heel goed gesprek waarin Joost hoog en enthousiast van de toren blaast. Tot hij op de literaire apenrots achter mijn schouder iemand anders spot. Iemand die belangrijker is dan ik.
Meteen verexcuseert hij zich (snel, glimlachend, kordaat) en beent met schuimend glas bier in de hand in de richting van de belangrijkere persoon en na een joviaal en hartelijk ‘Hee hallo, hoe is het met jou?’ begint hij een volgend goed gesprek.

3. ergens in 1989
Joost aan de telefoon. Zijn nieuwe roman komt uit. Gimmick! Het wordt een knaller. En voor de presentatie gaat hij natuurlijk niet zo’n duffe borrel geven in een suf grachtenpand van de uitgever. Nee, dat moet met veel rock-‘n-roll gepaard gaan. Dus: Paradiso.
‘En jij moet optreden, met je band natuurlijk.’ Ik ben gevleid. Dus sta ik die avond met mijn eerste bandje als zanger in een rare korte broek iets te doen dat op popmuziek lijkt. Na afloop spreekt Henny Vrienten me aan en zegt dat het leuk was. De Haagse Post maakt een foto van me (en van Henny) voor hun roddelrubriek. Henny draait zich weg van de fotograaf, maar ik poseer graag.

4. 1989-2008
Sporadische ontmoetingen. Ik zie Joost in de stad fietsen, op een festival, in een café, bij een borrel. Altijd vanuit de verte. We wuiven.
‘Alles goed?’
‘Alles goed!’
Vaker zie ik hem op tv. Verder lees ik zijn artikelen in kranten en tijdschriften en (sommige van) zijn boeken. Verbaas me over zijn productie. Zijn stamina. Zijn belezenheid. Zijn bevlogenheid.

5. maart 2009
Uit het niets belt Joost me ineens op. Hij heeft me nodig, zegt hij.
Gimmick! is 20 jaar geleden uitgegeven. Dat moet gevierd worden, en weer met een feest in Paradiso. Joost is inmiddels echt een ster. Bands als Moke, Marike Jager en Johan doen mee. Joost Van Bellen draait, Mathijs Van Nieuwkerk presenteert en jij, zegt Joost tegen mij, jij moet er ook weer bij zijn natuurlijk.
‘Met, hoe heet die band van je nu ook weer, de Natte Honden? Precies. Moet je wel ‘Kutwijf’ spelen.’
Natuurlijk Joost.
En hoe is het verder met je, vraag ik, gewoon, zomaar, belangstellend. Joost steekt van wal. En verhaalt zonder gene, en ook bijna zonder pauze, van zijn hectische levensloop (depressie, stress, echtscheiding) van de laatste jaren. De geschiedenis eindigt in een caravan in Tuitjehorn -of Limmen, daar wil ik van afwezen. ‘Dus daar zit ik nu.’
Ik weet niet wat ik moet zeggen, want zo goed kennen we elkaar niet. Dus ik zeg maar:
‘Jezus, Joost.’

6. 8 september 2015
Ik ben met stomheid geslagen. Joost? Of all people?

7. 11 september 2015
De Duif, Amsterdam. Cameraploegen zoomen in op het verdriet. Ik loop naar binnen en tik de kist waar Joost in ligt even aan. Ik kan zijn suïcide niet begrijpen en denk terug aan het manische telefoontje uit Tuitjehorn van een paar jaar geleden. De kerk is vol. Er staan foto’s van Joost opgesteld. Ik zie bekenden, maar ik loop liever weer naar buiten en haal daar opgelucht en verdrietig adem.

7. 13 april 2016
Op de begraafplaats waar mijn moeder kortgeleden begraven is, schijnt Joost ook te liggen. Ik weet het niet, ik was er niet bij, het was een besloten plechtigheid en ik was geen vriend van Joost. Hij schijnt begraven te liggen ‘in de buurt van Lucebert’. Ik loop naar het graf van de grote dichter. Ik ben hier nu toch, en ik ken deze begraafplaats als mijn broekzak, want mijn halve familie ligt hier begraven en als kind speelde ik verstoppertje tussen de zerken.
Maar hoe ik ook zoek, ik vind het graf van Joost niet. Ik spreek een man die op een grasmaaier zit aan. Hij zet zijn machine uit en stapt af.
‘Weet u waar Joost Zwagerman begraven ligt?’ vraag ik.
Ik verwacht dat hij gaat zeggen: ‘Joost Wie?’ maar in plaats daarvan zegt hij alsof hij die vraag elke dag krijgt: ‘dat zal ik u laten zien’.

We stappen voort over het grind tot ik opnieuw in de buurt van het graf van Lucebert sta.
‘Waar dan?’ zeg ik.
De man van de begraafplaats wijst.
Hoe heb ik hier over heen gekeken? Op nog geen vijf passen van het graf van Lucebert ligt een verse rechthoek vol wit grind en bloemen. Er op staat een stenen pilaartje met een beeld van een zittend figuurtje erop. Het ziet er zo aandoenlijk uit, dat ik het wel heb gezien toen ik er langs liep, maar onbewust moet hebben gedacht: ‘nee, dat kan het graf van Joost niet zijn’.
‘U bent niet de enige hoor,’ zegt de man van de begraafplaats.
En hij vertelt me dat hij de afgelopen maanden al minstens honderdvijftig mensen naar het graf van Joost heeft verwezen.
‘Soms wel vier op een dag.’
‘Allemaal mensen die hij op een of andere manier toch heeft aangeraakt,’ zeg ik, en realiseer me later terwijl ik de lange statige oprijlaan van de begraafplaats Bergen terug afloop, dat dat ook voor mij geldt.

NB: Silence out loud, de –fraaie- door Joost samengestelde tentoonstelling in Museum Kranenburg is nog te zien tot 12 juni 2016

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik leerde Joost Zwagerman een beetje kennen toen ik samen met Jan K, Marisa G en Hans K de redactie vormde van  literair tijdschrift Adem (we hebben het over midden jaren tachtig). Jan K had mij er bij gevraagd om de boel een beetje op te ‘spicen’ en om de concurrentie met het in hoofdstedelijke literaire beginnerskringen zeer belangrijk gevonden blad De Held aan te gaan, dus al snel verschenen er nummers als ‘Sex & Literatuur’, ‘Rock & Roll & Literatuur’ en ‘En Garde!’.  Door kennis aan bevriende vormgevers en idealistische drukkers schitterend vormgegeven nummers vol Sturm und Drang, en natuurlijk seks, drugs en rock-‘n-roll en oja, verhalen en gedichten. Mooie tijden. Maar waar was ik -oja, Joost.